Photographs - Paintings - Books - Curiosities - Renovations

Photographs - Paintings - Books - Curiosities - Renovations

Menu

Geschiedenis van onze buurt.

Minderbroedersrui.


In het centrum van Antwerpen was de Minderbroedersrui tot eind de jaren 50 dé verbindingsader tussen de haven en het stadscentrum. Door de havenuitbreiding kwam er een einde aan de uitstraling van deze straat.

Antwerpen is een stad die al 30 jaar een manier zoekt om zich op de kaart te plaatsen voor het toerisme. Zo ontstaan er wijken die langzamerhand specifieker worden door de handelszaken die zich er vestigen. Het beste voorbeeld is de Kloosterstraat, waar het een echte aanéénschakeling is van brocante en curiosashops. De Meir is de winkelstraat waar de grote ketens zich gevestigd hebben en op de as Schuttershofstraat - Hopland, vind je de betere boetieks. De Kammenstraat is meer alternatief en zo krijgt Antwerpen stilaan haar zones met specifieke onderwerpen.

In de wijk Wolstraat - Wijngaardstraat - Minderbroedersrui - St Paulusplaats lijkt stilaan een artistiek wereldje te ontwaken tussen diverse restaurants, eethuisjes, wijn- en koffiebars.



De eerste omwalling.


Omstreeks 1200 was Antwerpen slechts een klein gebied begrepen tussen de Schelde, de Boterrui, de Suikerrui, de Kaasrui, de Jezuietenrui, de Minderbroedersrui en de Koolvliet. Die ruien vormden de omheiningsgrachten van de vesting. Slechts twee poorten gaven uitgang naar buiten: de Koepoort en de Wijngaardpoort. er waren nog een paar sluippoorten aan de ingang van de Hoogstraat, Melkmarkt en Coppenhol.

De naam Antwerpen komt voor in fabels die teruggaan tot Julius Caesar die Brabo tot hertog benoemde (51v.C.) omdat deze de reus Antigoon had gedood en diens hand in de Schelde had geworpen. Algemeen aangenomen is dat de Vlaamse naam van de stad zijn oorsprong heeft in het Saksische woord Warp, dat aanspoeling, dam, strand betekent en alzo de de bijeenvoeging van de woorden 'aan 't Warp'. Een variant is dat een kolonie Neder-Saksers er de naam Antwerpis kreeg, komende van het woord Anwarpe, dat betekent: door aanspoelingen gevormd.

Achter het huis aan de Minderbroedersrui liggen de Grote en Kleine Godaert. Volgens sommige zou dit een begraafplaats (Gods Aerde) geweest zijn, maar dit is weinig waarschijnlijk daar geen van de oude kroniekschrijvers hier melding over maakt. Misschien is de oorspronkelijke naam Gord-Aerd, hetgeen kan uitgelegd worden door de vorm van de straat. Tijdens de Franse overheersing heette het rue de l'Echarpe. In nr 26 woonde tot zijn dood, 1826, de landschapsschilder Balthazar-Pauwel Ommeganck. Nadien werd dat huis de drukkerij van Lodewijk Gerrits.

Armand de Lattin beschrijft in 1933: Oorspronkelijk een vliet die de gracht vormde van de eerste versterkte vesting en Voldervest genoemd daar de volders (ambachtsmannen in de lakennijverheid) die in de buurt gevestigd waren. Ze werd in 1661 overwelfd. De straat werd daarna genoemd naar de orde der Minderbroeders die in de nabijheid hun klooster hadden in wat nu de Koninklijke Academie voor DSchone Kunsten is. Het gedeelte van de Minderbroedersrui, palend aan het Kipdorp, werd wegens de smalheid van dit gedeelte, het Gat van Gibraltar genoemd. Het werd verbreed in de 19° eeuw.

Het hoekhuis, nr 78, dagtekent de oudste vermelding 1617. 

Nr 35, Huis genaamd < De Witte Lelie > wordt voor het eerst vermeld in 1510. In 1579 behoorde het aan de Italiaan Lambert Lamberti. Het werd in de 18° eeuw herbouwd. OP het gelijkvloers was in 1933 nog een oude zaal overgebleven met zware eikenhouten zoldering en waren de wanden nog geheel bekleed met authentiek Corduaans goudlegering van de 16° eeuw.

Nr 39, is een overblijfsel van het gebouw < de Coestal >. Men vindt een overblijfsel van < De Roode Os > aan het einde van de gang op een binnenkoer. Het bestaat uit een zij- en achtervleugel , bekroond met kleine puntgevels. In de vleugels zelf op het gelijkvloers bestaan nog een paar zalen versierd met een schouw in Empire-stijl. In de oude akten wordt deze woning vermeld als < een huis met gaanderij >. OP de binnenplaats is nog slechts een zwak spoor van deze thans verdwenen gaanderij merkbaar. De oudste vermelding van < de Coestal W> dateert van 1580 en noemt als eigenaarPieter Moucheron. In 1589 was een zekere Luys Perez de eigenaar. Het gebouw kwam met een gang in de < Ammanstraat >, nu Ambtmanstraat genaamd.

Nr 31 heeft een Renaissance-poort.


De Pottenbrug heette in de 14° en 15° eeuw opeenvolgend < Minnebrugge >, <. Drye Marieënbrugge > en < Marieënbrugge >. Uiteindelijk ontleend de Pottenbrug haar naam aan de markt van de < eerde-potten,maeckeren > die er gehouden werd. In de 17° eeuw wordt zij, leidend naar het klooster van de Minderbroeders, ook < Bruerkensbrug > genoemd.